Wanneer organisaties de weg kwijt zijn in hun data, bellen ze Rob Wissink. Vooral als het gaat om complexe datamigraties of digitalisering. Met een frisse blik en een nieuw plan weet Rob je data-ambitie werkelijkheid te maken. Data en AI zitten in zijn DNA en in dit interview vertelt Rob over zijn weg, zijn superkracht en waar hij nog steeds op hoopt.
‘To boldly go…’; de oorsprong van mijn data drive.
Mijn liefde voor data is ontstaan in mijn eerste baan als business analist bij een grote thuiszorgorganisatie. In de tijd van grote wachtlijsten in de zorg werd ik continu gevraagd om data uit alle hoeken van het bedrijf bij elkaar te brengen en er inzichten uit te halen. Hier ontstond mijn liefde voor (corporate) IT en leerde ik SQL, ERP, data visualisatie en business intelligence. Het mooiste was analyses maken, die voor managers en collega’s totaal nieuwe inzichten opleveren. Dat gevoel - “To boldly go where no one has gone before” - dat is nooit meer weggegaan.
Later kreeg ik steeds meer leidinggevende rollen en daarmee afstand tot het inhoudelijke werk. Er werd wel eens gevraagd: wil je niet een SAP ERP-implementatie doen? Of een klantcontactcentrum leiden? Maar ik wilde altijd bij data blijven.
Eerste Hulp Bij Data-Ongelukken (EHBDO)
Waar klanten mij voor bellen? Hoofdpijndossiers. EHBDO. En die komen in alle soorten en maten. Eerst ging het vooral om het vertalen van vragen: van afdelingsmanager, directeur of expert naar wat er onder de motorkap moet gebeuren. Welke data moet er vrijkomen? Hoe sluit dat aan op de taal van de business? Geeft de data het antwoord?
Daarna volgden veel datamigraties. Bedrijf X koopt bedrijf Y en de data van Y moet worden geïmporteerd naar X. Wat ze zeggen over datamigraties is echt waar: you’re damned if you do and you’re damned if you don’t. En omdat ik handig ben met data, ben ik vaak als troefkaart ingevlogen.
De laatste jaren staan digitalisatie vraagstukken centraal. Vaak bovenaan de strategische agenda. Dat data daarin een sleutelrol speelt, weten veel organisaties wel. Maar hoe dan? Hoe organiseer je je zo dat je je doelen ook echt haalt? En welke omslag is nodig om data-intensieve teams als één geoliede machine te laten samenwerken? Daar ben ik nu dagelijks mee bezig.
Wat mij kenmerkt? Bevlogenheid. Het vuurtje van toen brandt nog. Mijn rol en de scope van de vraagstukken zijn veranderd, maar de drive om organisaties met data beter te maken is hetzelfde gebleven. Daarnaast heb ik een brede expertise opgebouwd — en alle denkbare fouten gemaakt. Über-Excels met honderden tabbladen, macro’s, omgevallen bronsystemen door oneindige queries, maandagochtend-csv’s uit rapportagesystemen in eigen databases laden… ik heb het allemaal gedaan.
Vastgelopen projecten vlot trekken
De trajecten waar ik het meest trots op ben, zitten vaak verstopt onder de motorkap. Geen grote showcases, wel echt verschil. Vaak waren het datamigraties waar het zittende team al maanden tegenaan liep. Rode vlaggen bij het management, ik werd ingeschakeld. Ik ontwarde de knoop, maakte een nieuw plan van aanpak en loodste het schip daarna rustig en probleemloos naar de haven. Metaforische paracetamol voor data-hoofdpijn, dat vind ik prachtig.
De spannende vraag: willen organisaties het worden?
Wat ik spannend vind, is of organisaties echt bereid zijn de stap naar data-gedreven werken te maken. Zoals Ray in Kamp van Koningsbrugge zei: “Je wil het wel zijn, maar niet worden.” Grote organisaties willen wel data-gedreven zijn. Maar de investeringen om daar te komen krijgen nog te weinig prioriteit. Data, data governance en data management zijn bij veel bedrijven ondergeschoven kindjes — worden vaak gezien als corvee. Die mentaliteit moet veranderen wil je op de lange termijn de vruchten plukken.
Mijn overtuiging: data, advanced analytics en AI zijn disruptief. Ze zijn de drijvende kracht om meer waarde uit elke investering te halen, verspilling in processen op te sporen en te elimineren, en kennis van experts te borgen in zelflerende en zelfsturende modellen.
